12 januari 2018

Ik ben op weg. Iedereen is altijd wel op weg. Ergens naar toe. Maar ik ben op weg met de auto. Alleen. Naar Arnhem. Het Posttheater.

Ik weet niks.

Ik weet niet wie ik daar ga ontmoeten want ik weet niet hoe die meneer eruit ziet. De meneer die mij in de line-up van de open mic heeft gezet. Ik weet niet eens wat een open mic is. Ik weet niet waar het theater is. De navigatie wel. Ik moet daar via de artiesteningang naar binnen. Als ik dat maar kan vinden. Normaliter straal ik me toch een partij zelfvertrouwen uit. Nu niet. Ik weet helemaal niks. Mijn set, ja! Die ken ik, die weet ik. Keurig uit het hoofd geleerd. Maar ineens denk ik ‘ik weet niks, alleen mijn set….is dat eigenlijk wel genoeg?’.

Ik weet dat ik in 10 weken tijd een set in elkaar heb gedraaid bij Roel (C. Verburg) en dat ik die tot redelijke tevredenheid heb gespeeld in een uitverkocht Comedy Cafe in Amsterdam. Maar, zo vertelde een ervaren stand-upper mij direct daarna, dat was ‘geen goed referentiekader’. Hij legde uit dat een zaal vol familie en vrienden eigenlijk niet telde als publiek en dat wat ik ook zou zeggen, ze toch wel gingen lachen. Ok. Tot zover het zelfvertrouwen.

Spelen moest ik. Vlieguren maken. Dan zou het goed komen.

Kort daarna mocht ik toetreden tot een geheim genootschap op Facebook, althans, zo voelde het. In dat genootschap zouden ‘gigs’ worden ‘gegooid’ en daar kon je dan op reageren. Het wachten was op die ene organisator die een risicootje durfde te nemen met een rookie zoals ik. Die verscheen al ras, in de vorm van Said El Hassnaoui. Ik mocht meedoen in Het Posttheater, in de kleine zaal.

Ik kwam aan. Het was al donker. Na het parkeren vond ik aan de zijkant een ingang. Bij het openen van de deur kondigde mijn maag aan dat ik toch wel erg zenuwachtig was. Durfde ik dit wel?

Er waren wat lui aan het poolen (er stond hier een biljarttafel) en anderen liepen ijsberend hun teksten te oefenen. Dat had ik al 300 keer in de auto gedaan. Said was vriendelijk en de anderen, allemaal pro’s in mijn ogen, waren niet al te spraakzaam maar wel aardig. Hoewel ik de oudste van het gezelschap was, voelde ik me heel klein. Een stagiaire. Een bakvis.

Toen kwam de mededeling dat de show zo goed verkocht was dat Said deze had mogen verplaatsen naar de grote zaal. Wat???? 200 man. Mijn eerste gig. Wel een goed verhaal. Alleen nog even proberen om niet mijn eten uit te spugen in plaats van mijn set.

Ik heb de warmste plek gekregen. Na de pauze gaat het gebeuren. De andere comedians spelen zo lekker en staan daar in dat zwarte gat te kijken alsof ze al jaren niets anders doen. Ik wacht in de coulissen terwijl Said zijn ding doet. Ik merk het vanzelf als ik naar de mic mag lopen, zo verzekerde hij me voordat hij op ging. Zijn intro lijkt wel 3 weken te duren. Ik houd me vast aan een katheder en probeer uit alle macht mijn overgeef neigingen onder controle te houden. Ik ben nog nooit zo bang geweest. En dat terwijl ik als Kustwachter op de Antillen achter hele gevaarlijke lui heb aangezeten! Dat was niks! Ik sta te trillen als een oude Nokia.

Ik mag. Ik moet. Ik ga. Ik doe. Mijn set. Ik spuug hem uit. Niet mijn avondeten. Ik hoor gelach. Wat zijn de mensen in de zaal lief. Ze klappen! Het is voorbij. Ik leef nog. Adrenaline kickt in. Wauw. Vergeten hoe lekker dat was. Bij het napraten zegt één van de comedians tegen me dat dit optreden natuurlijk geen goed referentiekader is voor open mics. Het publiek in Arnhem is superlief en gewillig. Ik moet veel spelen. Doodgaan. Vlieguren maken. Schrappen. Schrijven. Dan komt het goed. Hij heeft gelijk. Maar ik ga er morgen pas over nadenken.

Ik ga naar huis.

Nee. Ik vlieg naar huis. Met een glimlach op mijn gezicht die er zeker tot 11 uur de volgende ochtend op blijft zitten.